Neem contact op met Annewies de Haan
Jurist & Adviseur Ruimtelijke Ordening en Milieu
Op 3 november 2026 heeft het kabinet de verder uitgewerkte plannen voor de stikstofaanpak bekendgemaakt. Met nieuwe uitstootdoelen en maatregelen voor natuurherstel wil het kabinet de vergunningverlening weer op gang brengen. Daarbij zijn vooral de plannen rondom additionaliteit, de rekenkundige ondergrens en een nieuwe referentiesituatie belangrijk. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor jouw natuurvergunning en de mogelijkheden om je bedrijf uit te breiden of aan te passen?

Het verkrijgen van een natuurvergunning is de afgelopen jaren steeds ingewikkelder geworden. Met de verder uitgewerkte stikstofplannen wil het kabinet hier verandering in brengen door sterker in te zetten op het verminderen van stikstofuitstoot en het herstellen van kwetsbare natuur.
De huidige wettelijke doelen op basis van de kritische depositiewaarde (KDW) moeten plaatsmaken voor uitstootdoelen voor landbouw, industrie en mobiliteit. Hiermee wil het kabinet stapsgewijs weer ruimte creëren voor vergunningverlening.
Dat betekent niet dat ondernemers direct een vergunning kunnen krijgen. De maatregelen moeten eerst juridisch worden vastgelegd en de mogelijkheden verschillen per gebied.
Een belangrijk onderdeel van de nieuwe aanpak is het onderbouwen van additionaliteit. Dit betekent dat je stikstofruimte alleen mag gebruiken voor een nieuwe of gewijzigde activiteit als die ruimte niet nodig is om verslechtering van beschermde natuur te voorkomen of natuurdoelen te bereiken.
Dit speelt onder andere een rol bij intern en extern salderen. Daarbij moet worden aangetoond dat niet alle stikstofdepositie nodig is voor het beschermen of herstellen van de natuur.
Met het nieuwe maatregelenpakket wil het kabinet het voor provincies eenvoudiger maken om additionaliteit te onderbouwen en zo vergunningverlening weer mogelijk te maken. Hiervoor stellen provincies additionaliteitsplannen op, aan de hand van een landelijke handreiking die op 1 december 2026 beschikbaar moet zijn. De plannen worden vanaf maart 2027 gefaseerd opgeleverd en moeten eind 2027 zijn afgerond.
Voor jou als ondernemer kan dit mogelijkheden bieden om uit te breiden of je bedrijf aan te passen via intern of extern salderen en een natuurvergunning aan te vragen en te krijgen. Of dit mogelijk wordt, hangt af van de situatie in het betreffende Natura 2000-gebied en de onderbouwing van de vergunningaanvraag.
Een andere belangrijke ontwikkeling is de invoering van een rekenkundige ondergrens (RKO). Op dit moment kunnen ook zeer kleine berekende stikstofbijdragen gevolgen hebben voor de vergunningverlening. Met een rekenkundige ondergrens wil het kabinet ervoor zorgen dat depositieveranderingen onder een bepaalde grens niet meer worden meegenomen bij de beoordeling van een natuurvergunning.
Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn voor agrarische bedrijven met beperkte wijzigingen in de bedrijfsvoering, maar ook voor bouwprojecten en andere ontwikkelingen met een kleine stikstofbijdrage.
Het kabinet wil de rekenkundige ondergrens op 1 juli 2027 invoeren. Daarvoor gelden wel belangrijke voorwaarden. Het maatregelenpakket moet juridisch zijn vastgesteld en er moeten aanvullende regels komen om ongewenste toenames van stikstofdepositie te voorkomen.
Hoe hoog de rekenkundige ondergrens precies wordt, staat nog niet in de Kamerbrief. Er wordt gesproken over een mogelijke grens van 0,5 mol per hectare per jaar, maar deze waarde is nog niet officieel vastgesteld. Voor jou als ondernemer betekent dit dat de rekenkundige ondergrens kansen kan bieden, maar dat het nog te vroeg is om bij nieuwe plannen van deze grens uit te gaan.
Het kabinet wil een nieuwe referentiesituatie invoeren. De referentiesituatie is belangrijk bij de beoordeling van stikstofeffecten. Deze bepaalt welke bestaande activiteit als uitgangspunt mag worden gebruikt bij het beoordelen van een wijziging of nieuwe vergunningaanvraag. Het kabinet wil hiervoor een nieuwe datum in het verleden als peilmoment hanteren.
Vooral voor PAS-melders, ondernemers die met een onzekere vergunningssituatie te maken hebben, kan dit belangrijk zijn. Een andere referentiesituatie kan mogelijk nieuwe aanknopingspunten bieden om een natuurvergunning te verkrijgen.
De exacte datum is nog niet bekend. Het kabinet moet eerst aantonen dat de nieuwe systematiek juridisch houdbaar is. Daarom blijft het belangrijk om goed inzicht te hebben in jouw bestaande vergunningen, historische bedrijfsvoering en beschikbare referentiesituatie.
Voor PAS-melders bevat de Kamerbrief nog weinig nieuwe concrete maatregelen. Wel bevestigt het kabinet dat het werkt aan verschillende mogelijkheden om deze ondernemers te helpen.
In het ontwerpprogramma Landbouw, Natuur en Stikstof wordt verwezen naar het Programma Maatwerk PAS-melders. Hierbij staat een oplossing per bedrijf centraal. Ondernemers worden gestimuleerd om samen met het bevoegd gezag te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om hun bedrijfsvoering weer in een legale situatie te brengen.
Ook de aangekondigde rekenkundige ondergrens en nieuwe referentiesituatie kunnen mogelijk voor een deel van de PAS-melders uitkomst bieden. In ons eerdere artikel Nieuwe maatwerkaanpak voor PAS-melders leggen we uitgebreider uit wat deze aanpak inhoudt en welke stappen je als ondernemer kunt voorbereiden.
Hoewel veel maatregelen nog verder moeten worden uitgewerkt, is het verstandig om niet uitsluitend op nieuwe regelgeving te wachten.
Wil je jouw bedrijf ontwikkelen, uitbreiden of verduurzamen? Dan is het belangrijk om alvast inzicht te krijgen in:
Door deze onderdelen tijdig te onderzoeken, krijg je beter zicht op welke mogelijkheden er zijn en welke ontwikkelingen voor jouw situatie relevant kunnen worden. Een goede voorbereiding helpt bovendien om sneller te kunnen handelen wanneer nieuwe regels daadwerkelijk van kracht worden.
Naast de vergunningtechnische mogelijkheden is het belangrijk om te kijken wat de stikstofplannen betekenen voor jouw bedrijfsvoering en toekomstige keuzes. Onze collega's van Countus gaan in hun artikelen verder in op de nieuwe emissiedoelen, de zonering rondom natuurgebieden en de beschikbare financiële ondersteuning.
1. Kan ik door deze stikstofplannen weer een natuurvergunning krijgen?
Niet automatisch. Het kabinet wil de vergunningverlening stapsgewijs weer mogelijk maken. Of jouw bedrijf hiervan kan profiteren, hangt onder andere af van de locatie, de stikstofeffecten en de mogelijkheden voor additionaliteit.
2. Wanneer gaat de rekenkundige ondergrens gelden?
Het kabinet wil de rekenkundige ondergrens op 1 juli 2027 invoeren, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. De exacte hoogte hiervan is nog niet officieel vastgesteld. Tot die tijd blijven de huidige beoordelingsregels gelden.
3. Moet ik wachten op de nieuwe referentiesituatie voordat ik een natuurvergunning aanvraag?
Dat hangt af van jouw plannen. Heb je op korte termijn een natuurvergunning nodig? Dan is het verstandig om te onderzoeken wat er binnen de huidige regels mogelijk is. Kunnen jouw plannen wachten? Dan kan het zinvol zijn om eerst meer duidelijkheid over de nieuwe referentiesituatie af te wachten. Hoe deze eruit gaat zien en welke mogelijkheden dit biedt, is nog onzeker.
Wil je weten wat de verder uitgewerkte stikstofplannen betekenen voor jouw natuurvergunning of uitbreidingsplannen? Of ben je benieuwd welke mogelijkheden additionaliteit, salderen of een nieuwe referentiesituatie voor jouw bedrijf kunnen bieden? Onze adviseurs helpen je graag. Neem gerust contact met ons op over de mogelijkheden binnen jouw situatie.
Jurist & Adviseur Ruimtelijke Ordening en Milieu